|
Home
>Patiënten>gehooronderzoeken
GEHOORONDERZOEKEN
- Tonale audiometrie
- Spraakaudiometrie
- Promontoriumstimulatie
- Tympanometrie
- Stapediusreflexmetingen
- Tubomanometrie
- Oto-akoestische emissies (OAE)
- Brainstem Evoked Response Audiometry (BERA)
- Elektrocochleografie (EcoG)
- Auditory Steady-State Responses (ASSR/SSEP)
Subjectieve testen (hierbij dient men zelf te reageren of te antwoorden)
Tonale audiometrie
Doelstelling: nagaan welk de stilste toon is die men nog nét
kan horen (en dit op verschillende toonhoogtes).
Verloop: na het opzetten van de koptelefoon of het plaatsen van
een beentriller (blokje) achter het oor, worden er verschillende tonen
aangeboden. Iedere keer als men een toon hoort, mag men de hand opsteken
of op een knop drukken. Soms zal men ook ruis horen. Hierdoor kan de onderzoeker
zeker zijn dat het juiste oor getest wordt.
Spraakaudiometrie
Doelstelling: nagaan hoe goed men woorden kan verstaan.
Verloop: na het opzetten van een koptelefoon, worden er woorden
aangeboden, die steeds stiller worden. Men mag de woorden, of enkele klanken
indien men niet het hele woord heeft verstaan, gewoon herhalen. Ook hier
kan men weer ruis (aan het niet-testoor) horen.
Promontoriumstimulatie
Doelstelling: nagaan van de werking van de gehoorszenuw:
1. Welke geluiden hoort men indien de zenuw rechtstreeks wordt gestimuleerd?
2. Wanneer zijn deze té luid?
3. Kan men het onderscheid maken tussen twee geluiden met een verschillende
toonhoogte?
4. Hoe snel kunnen twee geluiden na elkaar aangeboden worden opdat ze
toch nog apart waargenomen worden?
5. Blijft men een toon, die een tijd lang wordt aangeboden, horen of verdwijnt
ze?
Verloop: na het reinigen van de huid achter een oor wordt er daar
een elektrode geplakt. Vervolgens verdooft men het trommelvlies door middel
van een vloeistof, die ongeveer 15 minuten moet inwerken en er daarna
door de neus-, keel-, oorarts wordt uitgezogen. Hierna plaatst de NKO-arts
een zeer fijn naaldje door het trommelvlies op het binnenoor. Via deze
naald worden er kleine spanninkjes gegeven die zo rechtstreeks de gehoorszenuw
stimuleren. Vervolgens gaat men op zoek naar de kleinste hoeveelheid stroom
waarbij men een geluid 'hoort /voelt' en naar de hoeveelheid waarbij het
geluid bijna pijnlijk luid is.
Het gaatje dat de naald heeft veroorzaakt groeit na 3 tot 5 dagen spontaan
dicht.
Objectieve testen (hierbij dient men zelf niets te doen)
Tympanometrie
Doelstelling: nagaan hoe de beweeglijkheid van het trommelvlies
is, en zien of er eventueel vocht er achter het trommelvlies aanwezig
is.
Verloop: er wordt een koptelefoon op het hoofd en een dopje in
het oor geplaatst. Daarna voelt men een klein drukverschil in het oor
en hoort men een toon. Zelf hoeft men niets te doen, behalve stil te zitten
en niet te praten of te slikken (want dan verandert de druk): de computer
tekent de druk op.
Stapediusreflexmeting
Doelstelling: nagaan of bij het aanbieden van luide tonen het
spiertje in het middenoor samentrekt. Dit mechanisme voorkomt dat het
gehoor beschadigd zou worden door lawaai.
Verloop: er wordt een koptelefoon op het hoofd en een dopje in
het oor geplaatst (dit onderzoek gebeurt met hetzelfde apparaat als hierboven).
Daarna hoort men luide tonen (links & rechts). Men mag rustig blijven
zitten, en best niet slikken of praten.
Tubomanometrie
Doelstelling: nagaan of het zachte verhemelte goed functioneert
en zo de neusholte kan afsluiten, en of de buis van Eustachius zich, bij
een verhoogde druk, kan openen.
Verloop: er wordt een band op het hoofd gezet en een dopje in het
oor geplaatst. Daarna mag men een klein slokje water nemen en moet men
een dopje in de neus plaatsen; via dit dopje wordt er een kleine druk
in de neus gegeven. Vervolgens mag men het water doorslikken en moet men
deze slikbeweging 2 seconden aanhouden. Hierdoor zal de opgebouwde druk
via de Buis van Eustachius naar het middenoor vloeien, wat door de computer
via het oordopje wordt opgemeten.
Oto-akoestische emissies (OAE's)
Doelstelling: nagaan of het binnenoor correct funtioneert.
Het oor neemt alle geluid op, maar zendt zelf ook geluiden uit: deze noemt
men emissies en worden hier opgemeten.
Verloop: na het plaatsen van een dopje in het oor, hoort men klikjes.
Opdat de computer de uitgezonden emissies kan registreren, moet men gedurende
de meting zo stil mogelijk zijn: dus best niet praten of hoesten.
Brainstem Evoked Response Audiometry (BERA)
Doelstelling: nagaan van de werking van het binnenoor, de gehoorszenuw
en de hersenstam; met deze test kan men eveneens een schatting maken van
de gehoordrempels voor de hoge tonen.
Verloop: na het reinigen van de huid op het voorhoofd en achter
de oren, worden op die plaatsen elektrodes aangebracht. Daarna mag men
op een bed liggen en zich volledig ontspannen (zelfs in slaap vallen).
Hierna wordt er nog een koptelefoon op het hoofd geplaatst en hoort men
aan één kant klikjes en aan de andere kant geruis. Het geluid
wordt door het oor en de hoger gelegen hersenstructuren waargenomen. Dit
veroorzaakt elektrische activiteit die de elektrodes zullen opmeten. De
computer zet de resultaten om in een grafiek waarop de audioloog nog enkele
punten dient aan te aanduiden om de interpretatie mogelijk te maken.
Elektrocochleografie (EcoG)
Doelstelling: nagaan of er een overdruk is in het binnenoor
is aan de hand van de reactie van het binnenoor op de aangeboden geluiden
(klikjes en tonen).
Verloop: de huid achter de oren wordt gereinigd en daar worden
dan elektrodes geplakt; hierna mag men rustig op een bed gaan liggen.
Vervolgens spuit men een vloeistof in het oor die ervoor zorgt dat het
trommelvlies volledig verdoofd is. Dit product moet een kwartiertje inwerken,
waarna de neus-, keel-, oorarts het wegzuigt en vervolgens een zeer fijn
naaldje door het trommelvlies prikt en op het binnenoor plaatst (hier
voelt men niets van door de verdoving). Dit blijft perfect op zijn plaats
zitten door een band die rond het oor wordt geplaatst. Boven op de band
komt een koptelefoon te staan. De computer registreert dan via de verschillende
elektrodes de elektrische activiteit van het binnenoor en zet deze om
in een grafiek.
Het gaatje dat de naald heeft veroorzaakt groeit na 3 tot 5 dagen spontaan
dicht.
Verschil met promontoriumstimulatie: bij het EcoG dient het naaldje
enkel om de elektrische activiteit van het binnenoor op te meten, terwijl
bij de promontoriumstimulatie er via het naaldje gestimuleerd wordt.
Auditory Steady-State Responses (ASSR/SSEP)
of ook SSEP: Steady-State Evoked Potentials
Doelstelling: nagaan welk tonen men nog nét kan horen (en
dit op verschillende toonhoogtes: lage én hoge tonen) zonder de
medewerking van de patiënt.
Verloop: de huid achter de oren en op het voorhoofd wordt gereinigd
en hier worden elektrodes geplakt. Vervolgens mag men plaatsnemen op een
bed (of in de maxicosi bij baby's), de ogen sluiten en zich ontspannen.
Er worden kleine dopjes in de oren geplaatst en men zal tonen horen waarvan
de luidheid steeds een heel klein beetje varieert. Deze geluiden veroorzaken
elektrische activiteit in het binnenoor, de gehoorszenuw en de hoger gelegen
hersenstructuren. De elektrodes gaan deze signalen opvangen ter hoogte
van de schedel. De computer berekent vervolgens of de resultaten die het
binnenkrijgt werkelijk reacties zijn van de hersenen of dat er gewoon
lawaai opgemeten wordt.
· Verschil met BERA: deze test is volledig objectief (bij de BERA
dient de onderzoeker de resultaten zelf nog te interpreteren), en geeft
frequentiespecifieke drempels voor hoge én lage tonen.
|